Boekenlijst Gedichten over pesten Geluksvogel Getuigenissen
Pest-Test Tips bij pesten Vooroordelen Een verslagje
Goed om weten Print de pest-test    

Hallo,

Vorig schooljaar werkten we in onze school een project uit rond pesten. Hieronder vind je heel veel informatie over pesten. Neem maar eens een kijkje en denk zelf eens goed na of je hieraan soms niet zelf meedoet.

Mag ik even?

Een speciale krant over pesten. Om jullie te pesten? Tuurlijk niet.

Maar omdat we vinden dat er over gepraat moet worden. Als het inderdaad juist is dat het pesten in de scholen toeneemt, dan is het tijd. Tijd om er iets aan te doen. Door er over te praten. Dat is een goed begin. Maar praten alleen zal natuurlijk niet helpen.

Wat dan wel? Dat is een moeilijke vraag. Misschien moeten we verhalen vertellen. Mooie verhalen. Misschien helpt dat tegen pesten. Schone dingen laten zien of horen, helpt tegen veel. Wie naar iets moois kijkt of luistert, heeft helemaal geen zin meer in pesten. Misschien helpt het: het hoofd van een pester (een pest-kop) volstoppen met mooie dingen …

 

We willen er iets tegen doen door enkele pesterijen op video te tonen. Zo hopen we

dat de pesters zullen voelen hoe erg het wel is gepest te worden. En dat ze het niet meer zullen doen. We proberen het probleem met een tentoonstelling en allerlei lessen over pesten aan te pakken. Een tentoonstelling met getuigenissen van pesters en gepesten. Daarmee willen we de ogen openen. De ogen en de hersenen. Want wie de tentoonstelling zag, kan nooit meer zeggen dat hij het niet wist. Over al deze dingen gaat het in deze pestkrant.

 

 

Ga naar boven

 

 

 

Anders gezegd

Wapen

 

Het grootste wapen

is je mond,

Hier kun je alles

stuk mee maken.

Het snelste wapen

is je mond;

met woorden

kun je feilloos raken.

Maar nog sneller dan ’t geluid,

is de snelheid van het licht.

Als blikken konden doden,

deed je gauw je ogen dicht.

 

Pestkop

 

Sommige dagen wil ik pesten,

zomaar, ‘k weet zelf niet waarom.

Liefst die kleine met haar vlechten

of Toon die niet goed leren kan.

 

Als ik me rot voel ga ik pesten,

in schelden ben ik dan heel goed.

Domkop, kleine schele, stinkerd …

Hé, je moeder heeft rood haar.

 

Sommige dagen ga ik pesten,

dan ben IK bij ’t spel de baas.

Ik beslis wie niet mag meedoen,

da’s dan pech, voor hem of haar.

 

Als ‘k me rot voel ga ik pesten,

maar wie heeft daar dan wat aan.

Wie voelt zich nadien het slechtst?

Jij of ik? Vraag ik me af.

 

 Pesten

 

Pesten, pesten het is niet fijn.

Nooit gepest worden, dat zou leuk zijn.

Zelf pesten is ook niet goed.

Doe hoe het moet !

Pest niemand,

dan is het goed.

 

Ga naar boven

 

Wat je moet weten over pesten

Af en toe geplaagd worden, daar moet je tegen kunnen.

 

Je hebt plagen en pesten. Het verschil daartussen is groot. Kinderen die elkaar plagen, kunnen elkaar aan. Nu eens plaagt de één, dan weer de ander. Een geplaagd kind kan terugplagen. En na een tijdje maken ze het samen weer goed. Je kunt elkaar ook plagen voor de gein. Zo’n lolletje kan verkeerd vallen, maar echt verschrikkelijk is plagen niet. Je hebt zelfs leuke en vriendelijke plagerijtjes. Tegen af en toe geplaagd worden, moet je kunnen.

 

Pesten is altijd gemeen

Bij pesten is het anders. Als er gepest wordt is het ene

 kind altijd sterker dan het andere. Het ene kind heeft grotere spierballen, een grotere mond, meer invloed. De één wint dus altijd en de ander is altijd de verliezer. Pesten gebeurt nooit zomaar eens één keertje. Een kind dat gepest wordt, is steeds het mikpunt. Daarom is pesten nooit leuk; pesten is altijd gemeen.

 

Pesten gebeurt vaak

 

Pesten komt veel voor. Een van de zes kinderen op

de basisschool wordt wel eens gepest. Dat vertellen ze zelf aan mensen die er onderzoek naar hebben gedaan. Als jij wordt gepest, ben je dus niet de enige. Al lijkt dat soms wel zo. Natuurlijk is het niet normaal dat er zoveel wordt gepest. Pesten is verschrikkelijk en er moet zo gauw mogelijk iets tegen gedaan worden.

 

  

Kinderen pesten op allerlei manieren

 

Een kind dat pest kan duwen, aan haren trekken of knijpen. Sommige pestkoppen spugen en slaan en schoppen. Maar ook op andere manieren kunnen pesters iemand het leven zuur maken. Bijvoorbeeld door een kind vaak uit te schelden of uit te lachen of hun mooiste spulletjes kapot te maken. Door gemene dingen te zeggen. Of ervoor te zorgen dat een kind nooit mee mag doen in de groep. Zonder iemand ook maar met één vinger aan te raken, kunnen pestkoppen verschrikkelijk vals zijn.

 

Wie wordt gepest?

 

Een bril? Rood haar en sproeten? Een beugel? Zou je daarom worden gepest? Soms lijkt dat de reden.

Maar de meeste kinderen die worden gepest, hebben geen rood haar. En het komt ook voor dat juist kinderen met een beugel grote pestkoppen zijn. Je hoeft er niets speciaals voor te doen. Je kunt bijvoorbeeld worden gepest als je te slim bent. Of als je juist niet zo slim bent. Ze pesten je om je dure of juist om je goedkope kleren. Als je dan reageert door te huilen, hard weg te hollen, driftig te worden, hebben ze hun zin. “Dat is leuk, die blijven we pesten”. De pestkoppen vinden dat je niet past bij de rest van de groep en daarop proberen ze je te pakken.

Als je anders bent dan de anderen, val je op en dat kan een aanleiding zijn om je te pesten. En ieder kind is een beetje anders dan anderen. Dus als je in een groep zit waar pestkoppen de kans krijgen om de baas te spelen, kan het gebeuren dat ook jij gepest wordt.

 

TIPS voor kinderen die worden gepest

Als je wordt gepest, denk je misschien dat het nooit op zal houden. Het is ook niet gemakkelijk om pesten te stoppen, maar het kan wel. Maar jij kunt dat niet in je eentje. Anderen moeten je daarbij helpen. Hier vind je een aantal tips op een rijtje. Er zit vast wel een goed idee bij dat jij kunt gebruiken.

Praten lucht op

·        Misschien wil je het liefst dat stomme gepest vergeten, er niet meer aan denken en er niet over praten. Dat is wel logisch, maar als jij niets vertelt, zal het pesten ook nooit ophouden.

·        Lucht je hart bij iemand die je aardig vindt. Je kunt eventueel zeggen dat die het (nog) aan niemand mag doorvertellen. Je zult merken wat een opluchting het is dat je het aan iemand hebt verteld, ook al is er niet meteen een oplossing.

 

Praten, met wie?

·        Probeer erover te praten met iemand van jouw leeftijd.
Misschien heb je een vriend of een vriendin die snapt hoe rot het voor je is. Of misschien krijg je zo’n vriend of vriendin.

·        Probeer erover te praten met een volwassene die je zelf uitkiest: je eigen meester, de juf die je vorig jaar had, je vader of je moeder, je lievelings-oma. Sommige volwassenen zijn vroeger ook gepest. Die snappen het goed en ze weten misschien iets wat je ertegen kunt doen.

·        Sommige kinderen willen liever niet dat hun ouders er zich mee bemoeien. Daarom praten ze er niet met hun ouders over. Dat hoeft ook niet meteen, maar een keer zul je het toch aan je ouders moeten vertellen. Want ook zij moeten meehelpen om dat pesten te stoppen. Misschien hebben zij wel goede ideeën.

·        Als je nog niemand hebt gevonden, zeg het dan bijvoorbeeld aan je knuffel. Aan de kat of aan de cavia. Dat klinkt misschien kinderachtig maar dat is

het niet.

·        Soms kan het helpen om voor jezelf wat op te schrijven in een dagboek of in zomaar een schriftje. Als je een opstel voor school moet schrijven kan het bijvoorbeeld over pesten gaan.

 

 

Ga naar boven

 

De grote test-je-pest-test

 

1.   Ik vind pesten….
o … helemaal niet erg. (9)
o … normaal: het hoort bij de jeugd. (15)
o … erg. (24)
o … het ergste wat iemand kan
         overkomen. (38)

2.   Als ik het slachtoffer van pesterijen zou worden, dan zou ik

o …mijn ouders inlichten. (32)

          o …mijn makkers tot andere        gevoelens  brengen door ze om te kopen: snoep geven, schriften invullen, ‘vuile’ karweitjes opknappen (14)

o        …de pester op mijn manier treiteren, door te klikken bijvoorbeeld. (8)

o …hulp vragen aan de leerkracht. 25)

3.   Een pester die iemand pest

o …ga je helpen door mee te pesten. (4)

o …geef je een slag in zijn maag zodat hij ophoudt.

        o …vind je een zielig type. (30)

        o …is een sukkelaar.

4.   Wie anderen pest…

o …doet dat om humor te verkopen. (15)
o …is dom en stelt zich aan. (36)

o …is de meest geliefde leerling van de klas. (4)

o …doet dat omdat hij of zij zich sterker voelt. (14)

5.   Geert en Tanja pesten Frederik omdat ze hem meisjesachtig vinden. Hij durft niets en is gauw bang. Alleen Joppe is zijn vriend. Hij merkt dat Geert en Tanja Frederik weer aan het pesten zijn. Als jij Joppe was, hoe zou je dat oplossen?

o …Je geeft Frederik een schouderklopje en zegt hem dat het allemaal wel over gaat.(18)

o …Je scheldt Frederik uit omdat hij zich niet verdedigt. Je spot met hem en raadt hem aan een cursus zelfverdediging bij de plaatselijke kleutergroep te volgen. (5)

o …Je laat Tania en Geert duidelijk merken dat ze te ver gaan en dat het nu eindelijk eens moet ophouden. (40)

o …Je neemt Frederik onder de arm en gaat samen een knap spel spelen, zonder verder aandacht aan de pesters te besteden. (22)

6.   Pesten met woorden vind je …

 

o …geen echte vorm van pesten. (16)

o …de moeite niet waard om aandacht aan te besteden. (10)

o …een duidelijke en ergerlijke manier van pesten. (35)

7.   Wie gepest wordt …

o …His een zacht gekookt eitje; het wordt later wel hard. (24)

o …moet geduld hebben; het gaat vanzelf wel over. (14)

o …lokt het zelf uit. (10)

o …heeft pech: de pesterijen berusten op jaloersheid of toeval. (40)

8.   Pesten wordt bevorderd als …

o …de leider van de klas of de groep geen zin heeft in verfijnde omgangsvormen. (25)

o …de groep vol zwakkelingen zit. (8)

o …er op school een sfeer heerst waarbij iedereen zich achter iedereen kan verstoppen. (37)

9.   Klasgenoten laten pesten toe, omdat ze .

o …anders riskeren zelf gepest te worden.(15)

o …denken : pesten is een onvermijdelijk natuurverschijnsel. (20)

o …tegen pesters niet kunnen optornen. (23)

o …jij laat pesten nooit toe, onder geen enkele voorwaarde. (37)

10.      Een goede reactie van de leerkracht of begeleider op pesten is …

o …een klasgesprek of groepsgesprek. (41)

o …straf aan de pesters geven. (16)

o …niet reageren; het gaat wel over. (8)

o …naar de ouders of de directie stappen. (30)

     

 

 Getuigenis 1

-

Na jaren van pesterijen ging Andy in therapie in het Centrum voor Geestelijke

Gezondheid en Gezinsproblemen in het naburige provinciestadje. Zijn ouders

en jongere broer werden verzocht een aantal keren mee te komen. Na enkele

gesprekken begrepen Andy’s ouders dat zij hun jongens wat te zacht hadden

opgevoed. In de opvoeding thuis lag de klemtoon op beleefdheid en voorkomen-

heid. Problemen werden steeds op een rustige manier uitgepraat. Ruzies en geweld hoorden niet thuis in hun gezin. Vandaar dat Andy en William volkomen uit hun evenwicht geraakten telkens ze zich met agressief gedrag van anderen geconfronteerd zagen. Andy had dit aan den lijve moeten ondervinden.

Dat pestkoppen heel ver durven gaan als je je laat doen, bewezen de twintig

striemen op zijn rug. Zijn mama had ze toevallig opgemerkt , toen hij zich douchte.

Hij was te beschaamd geweest om dit aan iemand te vertellen , zelfs aan zijn

 

 

Getuigenis 2

Karolien was op den duur geen moment meer gerust. In de klas , op de speelplaats,

in de gang , in de kleedkamer, ... overal viel Samantha haar lastig. Of ze stuurde één

van die andere pestmeiden op haar af. Elke dag verdween er wel iets. Samantha wist

hoe bezorgd Karolien was voor al haar spullen. Haar potloden waren altijd mooi

geslepen ; haar pennenzak tiptop verzorgd

  

Toen Karoliens gloednieuwe horloge (ze kreeg hem als communiegeschenk) ondanks

haar oplettendheid toch na één dag verdwenen was , stapten de ouders naar de

nieuwe directeur.

Volgens hem kan je dit niet als diefstal beschouwen. Hij was waarschijnlijk slechts

even ‘geleend’ , want je weet hoe kinderen zijn. Het was Karolien die met haar

houding telkens weer om problemen vroeg. Zij was het probleem en daar had de

school niets meer mee te maken. “Op onze school wordt niet gepest . Da’s iets

voor slechte scholen . Wij zijn een school met goede faam ! “

 

 

Ga naar boven

 

            Treiterhoofd

Bij mij in de klas zit een meisje en dat

is een echte pestkop, een echt treiter-

hoofd. Ze kan heel geniepig doen.

Het lijkt nou alsof ik roddel , maar

het is echt waar. Eén meisje is

vooral altijd het slachtoffer.

Haar fiets heeft opeens lekke banden

of er staan krassen in haar schrift.

Dat treiterhoofd heeft een kliekje

vriendinnen om zich heen. Die doen

ook allemaal gemeen maar niet zo

erg als de aanvoerster. Ik vind het erg

maar ik weet niet wat ik moet doen.

Ik ben bang dat zij mij ook zal pakken

als ik er iets van zeg. Ik zou het wel

aan de meester willen vertellen.

 

            Rachel  ( 10 jaar)

 

           Geintjes

Ik mag nooit meedoen in een groepje.

Als ik naar een groepje ga , lopen ze

allemaal weg. En dan sta ik weer alleen.

Bij gymnastiek word ik als laatste geko-

zen. En dan willen ze eigenlijk nog niet

dat ik meedoe , maar ze moeten wel.

Niemand wil me hebben. Ze maken

geintjes en die snap ik niet en dan tuin

ik erin. Ik trap altijd in die flauwekul van

hen. Maar op de camping heb ik gelukkig

wel vrienden.

            Nikkie  ( 9 jaar)

Rugzakje

In onze klas wordt niet gepest.

Behalve misschien één jongen.

Maar die vraagt er zelf om!

Hij durft bijvoorbeeld geen

ballen te vangen. Hij is zeker

bang dat zijn bril kapot gaat.

Dus krijgt hij ballen naar zijn

kop! Hij heeft ook een stom

rugzakje. We weten allemaal

dat hij gaat huilen als het wordt

afgepakt. Dus wordt zijn rugzakje

afgepakt! Ik vind het vervelend

voor hem maar als hij anders zou

zijn , zou het niet gebeuren.

 

            Jochem  (12 jaar)

 

            Dombo

Iemand een beetje pesten is eigenlijk wel leuk.

Als je iemand pest , kun je nog een lachen. Vooral

als dat kind kwaad wordt of gaat huilen. In de

vierde klas zat een jongen en die werd altijd driftig.

Dat was pas geinig! Hij ging bijvoorbeeld woedend

met zijn handen op tafel slaan. Of hij scheurde zijn

eigen schrift in stukken! En daarvoor kreeg hij

natuurlijk weer straf. Met die jongen kon je echt

lol hebben. Hij heette Remco. Maar wij zeiden

altijd Dombo. Halverwege het vierde schooljaar

is hij van school gegaan.

 

            Joery  (9 jaar)

 

Boerentrien

Omdat mijn vader ander werk kreeg , zijn

we verhuisd van een dorp naar een stad.

Ik vind het vreselijk dat ik op mijn oude

school weg ben. Mijn vriendinnen zie ik

nooit meer. Op de nieuwe school moet ik

erg wennen. En dat lukt niet. De kinderen

vinden me raar. Misschien omdat ik er

anders uitzie en anders praat. Ik voel me

verlegen en zij doen heel erg uit de hoogte.

Ze vinden me een boerentrien en vragen of

ik thuis op klompen loop. Ook zeggen ze dat

ik naar mest stink. Ik smeek mijn ouders of

ik terug mag naar mijn oude school. Dan moet

ik iedere dag veertig kilometer fietsen , maar

dat heb ik er graag voor over.

 

            Nele  (10 jaar)

 

 

            Onkruid

Twee jaar lang was Johnny , een rustige

jongen van 13 jaar , een menselijke speel-

bal voor sommige van zijn klasgenoten.

De tieners vielen hem lastig voor geld ,

dwongen hem onkruid te eten en melk

met waspoeder te drinken, sloegen hem in

elkaar in de refter en bonden een touw om

zijn nek, zodat ze hem als een hond uit konden

laten. Toen de leerkracht de beulen van Johnny

ondervroeg over het treiteren , zeiden ze dat ze

dat deden omdat het ‘leuk’ was.

 

            Nick  (13 jaar)  

 

Ga naar boven

Bart had hem mooi te pakken !

Bart (11 jaar) komt uit school met een vriend. Zijn vader is de auto aan het repareren, de jongens hebben hem nog niet gezien. Hij hoort ze praten :

Bart : Dat was lachen , met die slome !

John : Je had hem mooi te pakken in de gang , hij wist niet meer waar hij het zoeken moest.

Bart : Ja , dat deed ik goed , hè

  (Hij geeft John een flinke duw)

Heb jij die film gisteravond gezien ?

John : Goed hè , hoe die ene ninja er in één keer vijf te pakken had.

Hierna beginnen de twee jongens te stoeien , waarbij het er niet zachtzinnig aan toe gaat.De vader van Bart komt onder de auto vandaan. Hij begroet de jongens , die hem pas opmerken nadat hij op luide toon ‘hallo Bart , hoi John’ heeft gezegd.

Vader : Hoe was het op school?

Bart : O , gewoon.

Vader : Nog iets bijzonders gebeurd?

John : We hebben gewonnen met voetballen in de pauze.

Bart : Wij zijn ook veel beter dan die van 5 A. Die beginnen meteen te piepen als ze een zetje krijgen.

Vader : Verder nog iets meegemaakt ?

Bart : Hm. John , kom op , we gaan racen.

Barts vader heeft sterk de indruk dat de jongens zich op school

regelmatig misdragen en andere kinderen pesten. Ze doen altijd

erg stoer en ze stralen een soort onaantastbaarheid uit. Ze praten

vaak neerbuigend over andere kinderen op school. Hij neemt zich

voor om vanavond als hij met Bart alleen is , eens over het onder-

werp pesten door te vragen.

 

 

 

 

 

 

Ga naar boven

 

 

                        Uit “Pelle Jansson , een geluksvogel.”

Toen Pelle Jansson in de pauze naar buiten kwam , had hij het helemaal niet naar zijn zin.

Maar toch werd hij gauw weer vrolijker. Eigenlijk vond hij zijn school wel fijn. Het was zo’n

mooi nieuw gebouw. En aan alle kanten van het schoolplein waren kale rotsen , glad en

rond. Daar kon je op klimmen. De school lag hoog. Je kon ver weg kijken. En je kon de

hijskranen van de haven zien. En overal stonden bomen met gele en rode en bruine bladeren.

Dat waren dezelfde kleuren als in de bergen, voordat de sneeuw kwam. En Pelle hield van

kleuren. Felle kleuren. En van kleurkrijt, waar je enorme schilderijen mee kon maken.

 

Op dat moment kwamen er twee jongens uit zijn klas naar hem toe.

“Jij bent stom , “ zei de ene. “Je kan niet eens praten.”

Pelle gaf geen antwoord. Hij bleef uitkijken over de stad. Hij probeerde alleen maar aan de

huizen en de heuvels daar ver weg te denken. Huizen en huizen , overal huizen.

“Jij moet op je donder hebben , “zei de andere jongen.

Pelle wist niet hoe ze heetten. Hij wist van niemand in de klas een naam. Ja toch , er was

een meisje dat Anne heette en lang rood haar had.

Pelle dacht aan Anne en rende een kale rots op om van die jongens weg te komen. Maar ze

holden achter hem aan. “Maak dat je wegkomt , ga terug naar Lapland,” schreeuwde de ene.

“Geef hem ervan langs, “ riep de andere en toen schopte de eerste Pelle tegen zijn been.

 

Het deed niet ze erg veel pijn en Pelle draaide zich om en gaf hem een duw. Maar toen

sprong de andere hem op zijn rug.

“Laat me met rust,” zei Pelle.

De jongens waren alleen groter en sterker dan Pelle. Dat voelde hij meteen. Hij keek vlug

om zich heen. Er waren overal kinderen. Het leek wel of er minstens duizend jongens en

meisjes waren. Kleine en grote. Sommigen waren aan het ballen en anderen aan het

bokspringen of ze aten een appel of ze stonden in een stripblad te lezen of ze maakten ruzie

of ze lachten. Er was niemand die zich iets van Pelle en de twee jongens uit zijn klas

aantrok.

 “Laat me met rust, “ zei Pelle zacht.

“Moet je niet weer gaan huilen? “zei de eerste jongen hatelijk. Pelle gaf geen antwoord. Hij

bleef heel stil staan en het was net of hij wegkroop in zichzelf. Als een jonge vos kroop hij

in elkaar , helemaal diep in zichzelf.

“Je kan niet eens Zweeds praten ,” zei de andere net zo hatelijk.

Maar dat kon Pelle niets schelen. Ze zouden op hem schelden en misschien zouden ze hem

slaan. Maar ze konden toch niet bij die Pelle komen , die helemaal diep binnen in hem zat.

Pelle had niets gedacht , toen ze wisten dat ze uit Laxenträsk zouden verhuizen. Maar Joel

en Per en Eva-Kristina en de anderen waren jaloers geweest.

“Oei , heerlijk , als je zo ver weg kan gaan,” hadden ze gezegd. Maar dan natuurlijk in de taal

van het Noorden. De taal die ze hier in Göteborg niet eens konden verstaan. En ze waren

echt jaloers geweest op Pelle , die door de straten van een echte stad kon lopen.

 En die misschien met de tram zou rijden. En die misschien elke zondag naar de bioscoop kon gaan.

En die grote schepen in de haven kon zien liggen.

En Pelle was groot geweest , een grote jongen die uit het kleine Laxenträsk

zou vertrekken naar de grote wereld. Maar nu stond hij daar klein en zielig met een huilprop

in zijn keel. Vastgehouden door twee jongens uit zijn klas. Pelle werd zo kwaad en verdrietig , dat hij zich los rukte en van de rots af rende. Zomaar tussen al die duizend schoolkinderen. Hij rende en rende en rende.

Maar de jongens renden achter hem aan.

Toen rende Pelle naar de school en om de hoek. Daar stonden een paar grote jongens.Die

waren al bijna volwassen. Eén van hen stak een voet uit toen Pelle aan kwam rennen. Pelle

zag het wel , maar te laat. En hij schoof op zijn ellebogen en zijn knieën over de grond.

Een halve minuut later kwamen de twee andere jongens om de hoek en ze wilden zich

bovenop Pelle laten vallen.

Maar toen stak de grote jongen , die eerst zijn voet uitgestoken had, zijn handen uit en greep

ze in hun nekken.

“Donder op,” zei hij. “Donder op voordat ik jullie een pak slaag geef , snotapen.”

En de twee jongens maakten dat ze wegkwamen.

Pelle krabbelde overeind. Zijn ene hand bloedde , maar het was niet zo erg.

“Hoe is het ermee , kleintje?” zei de lange jongen.

“Dat gaat wel ,” zei Pelle zacht.

“Wat zeg je ? Ben je buitenlander ?” vroeg de lange jongen.

Pelle schudde zijn hoofd.

“Kan je geen antwoord geven , kleintje ?” zei de jongen.

“Ik kom uit het noorden,” zei Pelle nijdig. “En ik praat gewoon zoals ze daar allemaal

praten.” Maar de lange jongen lachte niet. Hij knikte alleen maar.

 

 

Ga naar boven

 

Vooroordeel 1

 

                        Pesterijen zijn onvermijdelijk. Ze hebben altijd bestaan en zullen

                        blijven bestaan. Ze horen nu eenmaal bij het leven.

 

Agressie en geweld zijn minstens zo oud als de mensheid. Dit is echter geen reden

om er zich bij neer te leggen. Als een persoon voortdurend getergd wordt door anderen

mag men dit niet dulden. Gebeurt dit wel , dan ontneemt men het slachtoffer het recht

om in vrijheid te leven. Pesten vormt m.a.w. een inbreuk op een basisrecht van elke mens.

 

                                                          

Vooroordeel  2

                        Alle kinderen met ros haar en een bril worden gepest !

 

Het is een feit dat uiterlijke kenmerken of aparte gedragingen een interessante reden

zijn om iemand op de proef te stellen of te testen. Als men je plaagt met je rood haar

of omdat je dik bent , en je reageert op de verkeerde manier (bijvoorbeeld door te

huilen of door te staan roepen en tieren) , dan weten de pestkoppen meteen dat ze

iemand voor zich hebben die hen het nodige ‘pestplezier’ kan bezorgen. Voor hen

reden genoeg om het nog eens te proberen.

Uiterlijke kenmerken vormen dus niet de echte reden waarom iemand wordt gepest.

Ze zijn eerder de aanleiding of doen dienst als een soort lokroep.Wie door de mand

valt bij plagerijen riskeert in de toekomst pesterijen.

Vooroordeel 3

                        Het zijn altijd dezelfde die pesten of gepest worden !

 

Concrete voorbeelden en andere feiten spreken deze stelling tegen. Zo blijkt dat groepen

waarin een verziekte sfeer heerst maar die desondanks een sterke samenhang vertonen

(omdat bijvoorbeeld een kliekje iedereen tiranniseert) meestal slechts één zondebok

kiezen en behouden.

 

Daartegen stelt men vast dat in een (klas)groep die weinig samenhang vertoont meerdere

zondebokken opduiken (er zijn bijvoorbeeld verschillende kleinere kliekjes die weinig

uitstaans hebben met mekaar). Daar zien we ook dat pesters soms zondebokken worden

en omgekeerd. Of het gebeurt dat bepaalde meelopers later leidinggevende pestkoppen

worden. Ook zien we dat vriendjes van de zondebok een veiliger positie gaan kiezen

om op die manier zelf buiten schot te blijven (zo kiezen ze bijvoorbeeld de rol van

‘buitenstaander’ of van ‘voorzichtige supporter’ , ...) Je kan dus moeilijk volhouden dat

alle relaties binnen een groep van bij het begin vastliggen ; soms is dit het geval maar het

is zeker niet altijd zo.  

 

Ga naar boven


BOEKENLIJST PESTEN

 

Al deze boeken zijn te leen in de plaatselijke openbare bibliotheek van Heusden-Centrum.

 

6-7-jarigen

Altijd moeten ze mij hebben                                  BROERE, Rien

Eigen schuld, dikke bult                                        VAN REEN, Ton

Ga jij maar op de gang!                                        VRIENS, Jacques

Ga weg, Rik                                                         DE BOER, Claudia

Ik en mijn monster                                                BEENTJES, Mathijs

Kleine Klaas en de grote vis                                 VERROEN, Dolf

Pas maar op of ik eet je op                                   VANDER HEYDEN, Gil

Reus Hak wil Miet in de pan                                 MINNE, Brigitte

Te groot voor een noe-noe                                   MURPHY, Jill

De wraak van Ellie en Nellie                                 KROMHOUT, Rindert

 

8-9-10-jarigen

Benen in de kast                                                   VISSINGA, Heleen

Daniël                                                                  VAN EMMERIK, Yvonne

Drie is te veel                                                       TÖRNQVIST, Rita

De folterkamer                                                     POLAK, Eva

Hippo                                                                  DE BEL, Marc

Juffrouw Verdorie                                                DAVID, Patricia

Mijn neefjes zijn wolven                                       DE DONCKER, Wally

Morgen word ik heks                                           VEREECKEN, Kathleen

Pudding Tarzan                                                    KIRKEGAARD, Ole Lund

De tasjesdief                                                        VAN HOOFT, Mieke

Treiterkoppen                                                      VAN HOOFT, Mieke

 

11-12-jarigen

Alles mag                                                             POLAK, Eva

De derde kans                                                     LINDERS, Jac

Eigen schuld                                                         BOS, Chris

En de groeten van groep acht                               VRIENS, Jacques

FC Appelflap                                                       FRIEDRICH, Joachim

Een klap voor je kop                                            STARK, Ulf

Later wil ik stuntman worden                                VERREYDT, Detty

Mansoor, of Hoe we Stina bijna dood kregen       MOEYAERT, Bart

Het pestactieplan                                                  DIDELEZ, Guy

Donna Lisa                                                          OLDENHAVE, Mirjam